Bye bye Denemarken
Nog twee eilanden
Verder oostwaarts . We beginnen bij de super want de koelkast raakt leeg. Altijd zoeken in een buitenlandse winkel wat er wel en niet is. De Denen hebben een minder grote melkplas dan in NL, zo lijkt het. Wel veel lactosevrije producten in het koelvak. Trouwens ook niet veel koeien buiten in de wei gezien, maar die staan misschien in een meer efficiënte stal.
We gaan naar het volgende grote eiland, Falster, dat samen met Lolland en Funen bij de meest bevolkte hoort evenals Seeland waar Kopenhagen op ligt.
Bij Guldborg ligt de oude verbindingsbrug naar Seeland. Oude vergane glorie. Ook nog uit de tijd dat je hier met een stoomveerdienst naar de overkant kon. Over die brug reden we begin jaren tachtig met onze volgepakte bagagewagentjes. Dat doen we nu niet, we gaan over de hoge brug bij Farø, de meest nieuwe verbinding. Nou ja, de twee lange bruggen met een verbindingsweg over het eilandje Farø kwam er halverwege de jaren tachtig. Een mooie stop op weg naar en van Zweden. Vandaag rijden we oostwaarts naar het eiland Møn bekend van Møns klint: 100 m hoge krijtrotsen aan de oostkant. Wij blijven aan de zuidwest kant op een kleine camping in de. duinen bij Harbøle. Zon en veel wind.
Onverwacht terug naar huis
Jammer. We hadden nog wat langer in het Deense land willen blijven. Vandaag in één keer de bijna 600 km naar huis met een blaas die zeer geïrriteerd is. Fijn dat we een wc aan boord hebben. Terug dus en morgen met een “potje” naar de huisarts.
Al met al een rondje van een week gemaakt zonder plan: zien waar de reis ons brengt. Niet in Zweden of Noorwegen, dat bleek met het bussie toch een maatje te ver voor ons te zijn. En Denemarken blijft Denemarken: boerenland met af en toe wat beukenbos. Zweden blijft ons favoriete vakantieland met “de eeuwig zingende (productie)bossen”. Op foto en film blijven we ervan genieten.
Nou luu! Leuk dat jullie met zovelen mijn reisblog volgden. Altijd fijn dat je niet voor niks die verhalen aan het schrijven bent. Misschien tot een volgende reis.
Daar gaan we dan!
Woensdag 28 augustus - Zullen we wel - zullen we niet. Toch maar gaan nu het nog kan!
En zo rijden we op vier nieuwe banden naar Ruurlo voor een gezellig begin van onze trip. Lunch op het terras bij Avenarius met Henk en Marianne. Even bijpraten. Alle gepensioneerde beslommeringen passeren de revue en met een goed gevulde maag worden we uitgezwaaid. Op naar het noorden! Waar de reis naar toe gaat? Dat is ook voor ons nog een verrassing.
Eerst onder Enschede langs en de snelweg op richting Emden. Even voor Bremen vinden we dat we lang genoeg in de flink opgewarmde bus hebben gezeten en vinden een plekje in de schaduw op de camper plek bij het rododendronpark. Genoeg voor vandaag!
Waddenzee
Donderdag 29 augustus- bijtijds toeren we door het zonovergoten oostfriese land richting Elbe fähr zo’n 50 km ten noorden van Hamburg. De tijd aan onszelf want dit is beslist niet sneller dan door de Hamburger tunnel met kilometers file. Bij Wischhafen sluiten we aan in de rij warme wachtende voertuigen. Net voor de middag rijden we de boot op. Altijd leuk die 20 minuten durende overtocht. Dit keer geen zeeschepen te zien van en naar Hamburg. Wel het ooit concurrerende Gluckstadt dat voor dit doeleinde gebouwd werd door een Deense koning. Even na twaalven rijden we verder langs de kust naar het noorden op zoek naar een lunchplekje maar een beetje fatsoenlijke parkeerplaats vinden in het Duitse platteland dat valt niet mee. Een uur later staan we bij de Meldorfse Lidl op een plek in de schaduw. Niks mis mee en goed voor de klandizie. In de buurt een camperplek onderaan de waddendijk bij Speicheroog. Met zeewind en uitzicht op een groot meer.
Van Duitse waddendijk naar Deens strand
Vrijdag 30 augustus - De surfschoolbus is al vroeg paraat en de neopreen pakken hangen in de frisse ochtend te wachten op koele kikkers. Het is
bewolkt en de temperatuur haalt vandaag net de 20 graden. Mooi weer voor wat auto kilometers verder noordwaarts. Langs de waddenkust met waterkeringen op verschillende plekken: soort Duitse
Deltawerken. Via Husum en Flensburg rijden we naar het Deense eiland Funen. Aan de zuidwest kust bij A houden we de leuke kleine weggetjes voor gezien en genieten op de camping nog lang van de
zon.
Eilandhoppen
Zaterdag 31 augustus- De camping houden we voor gezien evenals het Funense platteland. Via de zuidkust door Faaborg met een tot toeristische Marina verbouwd havengebied inclusief appartementen voor de verhuur. Het is er dan ook een drukte van belang.
Verder naar de zuidoost punt van Funen waar je met een brug naar het ernaast gelegen Langeland kunt rijden. Het eiland doet zijn naam eer aan: 5 tot 12 km breed en 50 km lang. Middenop ook nog een immens landgoeddorp met een heus slot en navenante gebouwen en natuurlijk ook een andere kerk dan de rest van de dorpen.
Ons plan was eerst de noordkant te bekijken en daarna de onderste helft. Maar ja, na 25 noordelijke kilometers vinden we dat het meer is van hetzelfde en hoppen naar het volgende Deense eiland.
We kopen in Spodsbjerg een ticket voor de veerdienst naar Tårs en 45 minuten en 300 kronen later zijn we aan de overkant op Lolland. Dat vormt een groot deel van Zuid Denemarken waar we vaak door heen zijn gekomen om van het Duitse Puttgarden via Kopenhagen naar Zweden te rijden.
Na ons boottochtje nog een paar kilometers door het boerenland met veel koolsoorten en suikerbieten en bruin land waar het koren af is. Het
zonovergoten haventje van Onsevig is vandaag onze overnachtingsplek. We zijn er niet alleen: nog een camperstel en muziekliefhebbers bij de houten shelters met eigen gitaar en zanger. En het echte
werk op Spotify wat harder. Rond achten een mooie zonsondergang waar ook de locals komen kijken. Met de koele zeewind komt ook de rust.
Rondtoeren in Zweden
Kör runt i Sverige - Rondtoeren in Zweden
- 3 tm 10 september 2023
Dat geeft wel aan wat we deze vakantie doen. Ook onze derde vakantieweek toeren we er weer lustig op los.
Maandag vanaf Särna langs de oostkant van de Österdalälven is het idee maar dat is na zes km over de gebroken stenen snel bekeken. Rap een nieuw plan: met de hoge KP index voor het noorderlicht gaan we op zoek naar een plek waar we dat goed kunnen zien. Onder Lillhärdal hebben we een majesteitelijk uitzicht op de noordwestelijke hemel en zo lang het licht is ook op de omgeploegde bosakker.
Dinsdagochtend vroeg wakker door jagers die op ons bospadlusje de auto’s keren en parkeren. We verlaten deze woestenij zonder een spoor van Aurora te hebben bespeurd. Nu we toch in de buurt zijn, nemen we het 40 km lange bospad langs de Äman. Een opgestuwde rivier die door moerassen stroomt. Er zijn in Zweden maar een paar rivieren die niet gereguleerd worden. We camperen even ten zuiden van het Siljanmeer bij een klein natuurreservaat.
Woensdag toeren we opnieuw zuidwaarts. Eerst langs de Västerdalälven met de oude boerderijen bij Applebo. Altijd een welvarend gebied geweest. Dan weer het bos in naar het kerkje in Tyngsjö. Dat staat ver buiten het dorpje aan het meer. De voorloper van deze gotische kerk uit 1875 is 200 jaar geleden gesticht voor de verspreid wonende bewoners van het enorme bosgebied rond Malung.
Donderdagochtend is het mistig boven het water van het Djuprammen. Dat ziet er prachtig uit. Toch weg van deze mega-camperplek. Te veel volk …. Op naar de 40 km verder gelegen rivier de Svartälven. Onze eerste kanokilometers begonnen ooit hier op een eilandje waar een van de twee boten een zelfstandige reis dacht te ondernemen op de stroming van de rivier. Die stroomt nu nog en ook kanovaarders komen langs. Zonnige dag met ons in de zon en met de plocker in de weer voor een emmertje vol lingon.
Dag niet getoerd? Daar weten we wel raad mee. We moeten toch een keer naar het zuiden en daar beginnen we om half vijf mee. Via Filipstad langs het grote Vänernmeer naar de camperplek in Sjötorp bij het Götakanaal. Maar op het immense camperterrein zien we alleen de achterkant van huizen en geen jota van het kanaal. Dus …. nog ff toeren naar de bekende plek bij Tåtorp, 30 km verder aan het kanaal. Daar kunnen we nog net het grote Vikenmeer onderscheiden in de schemering.
Vrijdag besluiten we verder af te zakken. Met een stop voor een rondwandeling en lunch bij het Hornborgasjön dat bij vogelaars bekend is van de kraanvogeldansen in maart/april. Duizenden kraanvogels verzamelen zich dan hier om te paren. Nu zijn ze er alleen ‘s nachts; een rustpunt in hun trekvogelbestaan op weg van het hoge noorden naar zuidelijker oorden.
Toerend over voor ons onbekende wegen komen we via Ulricehamn in het merengebiedje
ten oosten van Varberg met heuse beukenbossen. Prima plek om een nachtje te staan.
De dag erop gaan we shoppen. Nou ja, bekijken wat er te koop is bij Engelsson. Het is een internetwinkel met een echte winkel in Falkenberg die op zaterdag alleen open is van 10 tot 14 u. Even voor tienen is er een stel wachtenden die gretig naar binnen gaan. Zo ook wij maar als echte Hollanders kijken we alleen. Geen dik ondergoed, ademende regenpakken of een jachtoutfit nodig.
Ook vandaag weer wat km. Op naar de Kullaberg, die op het puntje van het schiereiland tussen Angelholm en Helsingborg oprijst. Een botanisch en geologisch bijzonder gebied dat veel toeristen trekt. Vanuit de bus prima te zien, volgens ons…….. We brengen de middag door aan de zuidkant van het schiereiland bij het strand van een natuurreservaat. De campings zijn niet onze smaak en aan het eind van de middag besluiten we om Zweden te verlaten via de veerboot van Helsingborg naar Helsingør. Maar niet voordat we Zweedse specialiteiten inslaan voor de hele familie.
Rond negen uur schuiven we aan op de camperplek naast het Kronenbergslot bij de haven van Helsingør.
Oo zondagochtend blijkt dat dit niet zo;n goed idee is geweest. Lawaai van af- en aanrijdende auto’s van uitgaand publiek en rotjochies en ‘s ochtends die van baders en andere sportievelingen.,
Dus rijden we weer een stukkie naar het zuiden, langs Kopenhagen naar een campinkje bij Harbølle op het eiland Møn. Even wachten tot de zon de mist van zee heeft opgelost en we kunnen genieten van zon, zee en zand en aalscholvers op een stok.
zondag 10 september 2023
Lieve mensen,
Dit is het laatste reisverslag van 2023. Fijn dat jullie weer de moeite hebben genomen om deze verhalen te lezen. Des te meer omdat we weinig nieuwe plaatsen en gebieden hebben bezocht, we meer nostalgisch bezig zijn geweest en er daardoor niet zoveel nieuws te melden was.
Tot zover Denemarken, waar we ook morgen nog blijven en tot ziens in de Achterhoek.
MarJen
Nostalgie, grus en fjäll
Nostalgisch bezig - dinsdag 29 augustus
Uitgeslapen verder naar een kampeerplek van 30 jaar geleden. Nostalgie ten top! Kilometers van de bewoonde wereld aan het Ljugaren meer. Met vishut en zelfs een strandje waar we van de twee Canadese kano’s met wat berkenstammetjes een heuse catamaran bouwden. Jammer dat een Duits stel ons plekje ook gevonden heeft. Nu niet zo moeilijk met de Park-4-night app.
Verder geen plek aan het meer dus wordt het een boslunch met ondertussen ook de zon erbij. Dan toeren we verder over bospaden en gruswegen naar de bewoonde wereld aan de oostkant van het Siljanmeer. Voor wat brandstof in de tank. Dat is kassa!
Vanaf Furudal volgen we de Orealven naar het noorden. Na heel veel kilometers een nieuwe kampeerplek gevonden met zitje rondom een rookpot. Handig met al die muggen.
Eindeloze bossen - woensdag 30 augustus
Rijdend op de 60 km lange grusweg langs de Oreälven kom je maar langs enkele nederzettingen. Hier woont geen ‘kip’. Het is onderdeel van het immense gebied boven het Siljanmeer met de naam Finnskogen: het bos van de Finnen. Tussen 1800 en 1900 maakte Finland nog deel uit van het koninkrijk Zweden en een flink aantal Finnen trok vanuit het Finse deel naar het binnenland van Zweden. Halverwege het Siljanmeer en Sveg stichtten ze het dorp Noppikoski, waar tot in de vorige eeuw alleen daar al 6000 tot 8000 mannen met zo’n 2000 paarden in de bosbouw werkten. Nu doen machines hun werk in de eindeloze productiebossen. Je laat de natuur zijn werk doen, reguleert door wat uit te dunnen, zodat we door eindeloze kerstbakjesbossen rijden en oogst met één man op een grote machine.
Verder over de Inlandsvägen, de E45 van Mora naar het noorden. Met veel bos en vanwege de vele regen van de afgelopen weken ook snelstromende rivieren en woeste stroomversnellingen. In Sveg is het op de kruising van wegen een drukte van belang. Hier kun je tanken en boodschappen doen. Bij de SportRingen dit keer geen houthakkers blouse in de uitverkoop. Wel zijn er pontificaal anti-muggenmiddelen tentoongesteld en dan weet je het wel!
Een ‘koel-an-gat’ weg - donderdag 31 augustus
We staan op een simpele camping met poepdoos en aanrechtje zonder water. Maar wel met een grandioos uitzicht op het grote meer. Daar kun je ‘s winters met de langlauflatten of sneeuwscooter overheen.
Na een frisse nacht onder het warme dons gaan we uitgeslapen en wel verder noordwaarts. De beloofde zon laat nog even op zich wachten tot de meeste wolken opgelost zijn. Die blijven bij Vemdalen en Klovsjö rond de wintersportbergen van zo’n 1000 meter hoogte nog wat langer hangen. De accommodaties rondom de skipistes nemen steeds meer ruimte in beslag en nog steeds wordt er bijgebouwd. Als alle alpen-skiërs naar het noorden komen, moeten ze nog flink “aan de bak”.
Natuurlijk nemen we bij Klovsjö een binnendoor weg langs de meren die hier gevoed worden door de rivier de Ljungan: 37 km grusweg richting noordwesten. Op deze “koel-an-gat”-weg is enige stuurkunst wel handig. Gezien het geringe aantal auto’s hebben weinig chauffeurs hier zin in. Zo kom je wel langs een enorme kraal waar de Sami hun rendieren verzamelen, voor het oormerken van de jongen, voor transport en ook voor de slacht, denken we ….
Bij de enorme stuwdam in de Ljungan bij het Flåsjön komen we weer op de geplaveide weg en gaat het richting westen. Voordat we de bergen op de Noorse grens in het vizier krijgen, nemen we de weg naar het Sami-dorp Tossåsen naar een mooie plek aan het moerasmeer in de Rövran. Dit keer met zon in de bus. En met buren erbij.
Niksen tussen de fjäll - vrijdag 1 september
Vandaag blijft de bus op de plek en wij ook. Op een wandelingetje na naar de brug en terug. Ook nog wat laatste frambozen gescoord en natuurlijk zijn er volop vossenbessen - lingon - die nu rijp zijn. Vitamines uit de natuur. Dat vinden de vossen ook.
Het meer ligt op 570 meter hoogte en in alle richtingen zijn er op kilometers afstand bergen te vinden die tussen de 1000 en 1600 meter hoog zijn. Bij het 10 km verder gelegen Sami-dorp Tossåsen houdt het wegennet op en begint de fjäll waar je alleen wandelend of ‘s winters met de lange latten of met sneeuwscooter naar het wintersportgebied bij Åre kunt komen. Dat ligt tussen Östersund en Trondheim en dat is precies de streep die wij op onze denkbeeldige kaart hebben gezet: tot hier en niet verder naar het noorden.
De boomloze fjäll - zaterdag 2 september
De weg westwaarts voert ons naar het Zweedse fjällgebied en de Noorse fjell. Langs de rand van het hooggebergte buigt de weg naar het zuiden en gaat over de meer dan 800 meter hoge en boomloze Flatruet. Tijd voor een lunch vol in de wind, in de bus dus. We spotten rendieren net als op de 100 km lange weg van Tännäs naar Särna. Daar zijn er meer van dan van de enkele nederzettingen die er zijn en waar bovendien niet alles er bewoond uitziet en een tweede huis is geworden. Halverwege Särna camperen we aan de moerasrivier op dezelfde plek als vorig jaar. Toen stond het water laag na een droge zomer. Nu is het tegenovergestelde het geval, vooral met storm Hans is er veel water gevallen.
Spoor van poollicht - zondag 3 september
Koude en heldere nacht; nog net niet onder 0. Vannacht om een uur of een de lucht bestudeerd. Tenslotte was de aurora-voorspelling ietsje hoger dan de afgelopen tijd. Bibber de bibber voor het raam naar de wolkenloze hemel gekeken, waar we meenden wat groens te bespeuren. Niet spectaculair genoeg om de fotocamera uit de berging te halen. Toch met de telefoon een foto gemaakt waarbjj de wolken enigzins groen opkleuren. Toen het warme bed weer in.
Na een fris ontbijt op pad met een wolletje aan. Eerst een stop bij de mooie watervallen in een van de rivieren die uitmonden in de Österdalälven. Dan verder richting Fulufället met de hoogste waterval van Zweden. Die bekijken we nu niet; wel de gelijknamige rivier die aan de oostkant van de fjället loopt en een paar mooie vrije plekjes heeft.
Kanaal, kram en bruk
Kanalen, kerk en eland - donderdag 24 augustus
Op onze overnachtingsplek aan het Viken bij de sluis van het Götakanaal is het naseizoen al begonnen. Op wat fietstoeristen na is er weinig beweging; geen boot die wil schutten. Niks meer te zien dus bij de 12 sluizen tussen het Viken en het grote meer Vänern, die de boten over 48 meter hoogteverschil tillen. Dit stukje van het kanaal is onderdeel van de vaarroute over meren en kanalen dwars door Zweden. Vanaf begin 1800 hebben zo’n 58000 soldaten met schop en houweel de kanalen en sluizen gegraven. Zo kon je per schip van Gotenburg naar Stockholm. Nu voor de leuk, toen voor transport van mensen en goederen.
Langs het grote meer gaan we verder noordwaarts. Bij Gulspång volgen we het bord naar een oud kerkje. Altijd een mooie lunchplek. Lang geleden zagen we het nog in originele staat. Het is afgebrand en als monumentproject opgebouwd met de gereedschappen die ze in de 12e eeuw voorhanden hadden.
Na de zonnige lunch rijden we tot boven het grote meer naar een ander kanalensysteem: het Bergslagenkanaal tussen Filipstad en het Vänern. Ook dit is allemaal geschiedenis en wordt als monument in stand gehouden mede door toeristische activiteiten. Maar die zijn er half augustus al niet meer en ook de kleine camping bij Lungsund is dicht. En als camperen ook niet meer mag bij de sluisjes, rijden we maar door tot voorbij Filipstad waar we een vrij plekje vinden aan het Älgsjón. Een heus elandmeer, want het geplons in de schemering horen kan alleen van een eland zijn.
Gezelligheid kent geen tijd - vrijdag 25 augustus
Druilerig en nat is het buiten. Kalmpjes aan dan maar en even niks. In de loop van de middag rijden we over 16 km natte gruswegen naar Bosjön. Daar worden we allerhartelijkst ontvangen door Janneke en Bertus. Na wat Zweedse “krammen”’ - een hug in goed Nederlands - aan de fika bij de warme kachel.
Een jaar geleden alweer dat we hier bleven overnachten op de oprit van het Skogstation. Die naam kreeg het huis door de trein die er vroeger een halte had. Skog is bos en dat verwijst naar de boswerkers die hier tot in de jaren zeventig hun tijdelijke onderkomens hadden als ze werden ingehuurd voor de bomenkap. Toen allemaal nog handwerk.
Rijden in de regen - zaterdag 26 augustus
Warme douche en warme fika. Na de lunch nemen we afscheid en gaan richting oosten. Naar waar het weer niet al te slecht is de komende dagen. Er is opnieuw een buienpartij boven Zweden en maar afwachten hoe die draait. Via Kopparberg gaan we naar het immense natuurreservaat Malungsbo-Kloten. In de miezerregen kilometers lang over de bospaden. Onderweg twee jagers en een ree met twee jonkies. Niet bij elkaar in de buurt gelukkig. Ook nog een wild nature camp en een river resort lodge aan de randen van het gebied. Uiteindelijk toch plekje aan het water met picknicktafel en grillplaats. Inmiddels zeer nat en donker dus dat grillen moet even wachten.
Over bruk en binnenwegen - zondag 27 augustus
Niet gegrild, wel een bakkie in het schamele zonnetje. Met veel wolkenluchten op pad. Binnendoor naar Hedemora in het oosten. Volgens de kaart ligt halverwege het museumdorp Norn Bruk. Niks meer open want het seizoen is voorbij. Toch interessant om te bedenken dat tot 100 jaar geleden hier meer dan 250 mensen woonden en werkten. Een en al bedrijvigheid en dat meer dan twee eeuwen lang midden tussen de bossen en meren. Handig, want water en hout genoeg voor de hoogoven die het ijzererts moest smelten dat uit de naburige mijnen kwam en de vele smederijen aan het werk hield. Nu is alleen de naam Norns Ironworks nog over en de vele oude houten gebouwen.
We reizen verder door de bossen naar de grote weg naar Avesta, maar ….. file. Dus toch weer binnendoor om in Horndal te komen. Opnieuw langs buurtschappen en dorpjes met rode huizen en witomlijste ramen, met rode appeltjes aan de bomen en een eeuwenoude boom naast het huis. Verscholen in de bossen. Zweedser wordt het niet.
Op de kaart staat een vrij plekje genoteerd ten oosten van Horndal, Even zoeken maar dan staan we dan ook met uitzicht op een zonovergoten meer. Ook de muggen vinden dit een fijne plek en dat had de familie er niet bij verteld.
Mist, miezer en met bakken uit de lucht - maandag 28 augustus
Dat is wel zo’n beetje de beschrijving van het weer van vandaag. We verlaten het mistige meer en de muggen en rijden achter een van de twee vrachtwagens mee die hier langskomen om zand en steengruis op te laden.
Via Hofors naar de E16 die Stockholm en Oslo verbindt. Zover komen we niet. Voor Falun al een onweersbui en de kraan open voor een stortbui. Tijd voor een warme lunch. Dan naar Maxi-ICA in Falun waar genoeg te kijken/kopen is en we niks van de stortbui merken. We zien wel hoog water als we via Enviken langs de rivier mee naar het noorden rijden. Mooi plekje om te overnachten met loslopende koeien erbij. Erg landelijk en net of we thuis zijn ……
Weer naar Zweden met ons bussie
Hoewel storm Hans verwoestend bezig is geweest in Zweden en met name Noorwegen, rreizen we ook dit keer weer naar het noorden. Over de bekende wegen, maar ook naar plaatsen waar we afgelopen veertig jaar zomaar aan voorbij zijn gereden! Beetje avonturieren en "ouderwets plek zoeken" en ook modern kijken op de app waar anderen hun mooie plekjes zomaar hebben verklapt. We hebben er zin in!
Natte Wattenfreunde met zonnig wad - zaterdag 19 augustus
Rond elf uur zit alles wat we denken nodig te hebben in de bus en wij zelf ook. Daar gaat ie dan.
Met de A31 langs de grens omhoog richting Cuxhaven met fikse stortbuien die de broeierige warmte wegspoelen. Rond vier uur melden we ons op camping Wattenfreunde aan de Noordzeekust bij Cappel-Neufeld. Met subliem uitzicht over de wadden en ook op de ons nagereisde donkere luchten. Na de regen en rukwinden gloort er licht aan de horizon en zien we toch nog de zon in de zee zinken.
Over Elbe en pipo - zondag 20 augustus
Het zonovergoten wad verlaten. Op naar het Elbe-fähr. Normaal gesproken al niet het toonbeeld van Effizienz maar met de opgebroken weg is niet alleen de wachtrij dubbel zo lang. Door het lage water en de smalle vaargeul bij de aanlegplaatsen moeten de veren op elkaar wachten. Daar lig je dan op het wad. Wel mooi die slikranden in de zon.
Om 1 uur verder naar Flensburg. Daarna over de Deense grens meteen rechts over de kustweg van de Flensburg Fjord. Op een zonnige zondagmiddag “hebt meer leu dat bedacht” en zo rijden we langs volle strandjes en campings met vol in het gelid staande witte dozen. Dat komt allemaal niet door onze keuring, maar wel vinden we bij een oud landhuis een simpele camperplek met vier geiten en - o wonder - een pipo-hok. Daarin een viking-douche en Thor’s donder-poepdoos waar al veel gebruik van is gemaakt. Niet des Vikings is de stroom voor onze bus en het andere bussie met twee durfals.
Over Deense wateren naar Zweden - maandag 21 augustus
Alle Deense bezienswaardigheden ten spijt varen en rijden we verder naar Zweden. Onze pipoboer woont vlakbij de haven van Fynshav waar de veerboot ons in 50 min overvaart naar het eiland Funen. Heerlijk vertoeven op het zonnige “soldeck”. Funen en hoofdstad Odense met het museum over Andersen - die van de prinses op de erwt- laten we voor wat het is. Lunchen doen we onder aan de bruggen over de Grote Belt.
De Storebæltsbroenis een 18 km lange vaste verbinding. Onder de hoge brug passen ook de meer dan tien verdiepingen hoge schepen van de Color Line die tussen Kiel en Oslo varen. Wij gaan dit keer er niet onder door maar erover heen langs Kopenhagen naar Helsingor voor een ouderwets vaartochtje naar het Zweedse Helsingborg. Zweden here we come!
Vrij camperen als er plek is tenminste. En dat is het geval bij Hinneryd. Afgepeigerd kruipen we vroeg onder ons dekbed!
Zonnig Zweeds meer -dinsdag 22 augustus
Vandaag geen kilometers. Lekker niksen aan de rand van het Hinnerydsjö. Wandeling met zonnende adder en dooie hazelworm en als toetje pannenkoeken met een mooi zonsondergang plaatje.
Stenige of vruchtbare grond - woensdag 23 augustus
Vroeg op pad. Door het kleinschalige Smalandse land waar niet veel te verdienen viel met al die stenen in de grond en veel inwoners vertrokken naar Amerika. Wij trekken verder naar het noorden tussen de twee grote meren door. Veel landbouw hier met geoogste bruine velden en graansilo’s die wel vol zullen zitten. Al eeuwen is het hier bewoond en de restanten zijn hier en daar bewaard gebleven. Overnachten doen we in Tåtorp waar een camperplek is bij de sluis van het Götakanaal naar het Vikenmeer. Hier is het naseizoen al begonnen: weinig vaarbewegingen en geen andere camperaars.
Baardmos, lingon en fantasy
Iets minder plaatjes dit keer!?
Baardmos met lingon - donderdag 8 september
Blijf zitten waar je zit …… Dat doen we vandaag op deze mooie plek aan de Fulan. We kuieren wat en zien planten die niet in Nederland voorkomen. Het baardmos dat hier aan de bomen hangt, groeit alleen op plaatsen waar de lucht schoon is. Je kunt er mooi een vuurtje mee aankrijgen. Maar dat doen we niet dit keer en ook de bezienswaardigheden laten we voor wat ze zijn.
De bijna 100 m hoge Njupeskär-waterval en de Fulufjället waar we “naast” zitten, zagen we al meerdere keren evenals de verwoesting door de modderstroom aan de oostkant van dit berggebied. Daar viel in 1997 binnen 24 uur wel 300-400 m regen waardoor een 6 meter hoge vloedgolf ontstond die grote bomen met wortel en al als lucifers op elkaar gooide. Bijna 10.000 km2 werd ontbost.
Wij doen het kalmpjes aan en met reisblog, puzzelen en boek lezen, vliegt de tijd. En als je met de “plockar” bijna een afwasbak vol lingon plukt dan ben je daarna nog even bezig om die vossebessen schoon mee naar huis te nemen.
Meer minder vol
vrijdag 9 en zaterdag 10 september
Onder bewolkte hemel toeren we twee dagen door het Zweeds-Noorse grensgebied. Bos, droog moeras, meertjes en stroompjes en met wat oude nederzettingen aan de Zweedse kant. Aan de Noorse kant wat meer dorpjes en boerderijen. Met witte pakken gras en grotere trekkers. Ander land, andere economie, meer inkomsten.
Bij het grensdorp Støa is halverwege de 19e eeuw een kanaal gegraven om een verbinding te maken tussen de Ljøra en de Klarälven om zo het gekapte hout via rivieren en meren in het Zweedse Karlstad te krijgen. Na vijftig jaar stopte men met dit zware en gevaarlijke werk. Een klein deel van het kanaal is weer opgebouwd voor het opvoeren van een openluchtvoorstelling.
Van Støa gaan we zuidwaarts langs de fjällen bij Sälen en rijden n the middle of nowhere opeens op een gloednieuwe weg inclusief rotonde naar het Scandinavian Mountains AirPort. Zo kan iedereen skiën in het Zweedse Sälen en het Noorse Trysil. Of een camper huren en op een vrij plekje gaan staan dat je kunt vinden op de app Park4Night. Ook “onze” oude kampeerstekjes staan erop!
Bij het Letten heeft dat weinig zin want - och arme Zweden - het meer is nog maar weinig meer! Om treurig von te worden. Ook veel moerassen staan half droog en noordelijker waren ook meren die nog niet voor de helft vol waren. Is er te veel schone stroom opgewekt of is er weinig regen en sneeuw gevallen?
We vinden toch nog een vol meertje in de buurt met een hut en buiten-ameublement. Gezellig maar oud en krakkemikkig.
Zaterdagochtend vroeg horen we trompetterende kraanvogels overvliegen en even later zijn er al twee zagers in het bos in de miezerregen in de weer. Slecht weer kennen ze hier niet.
We toeren verder naar het zuiden door het bos waar elke hoogzit genummerd en wel al klaar staat voor de elandenjacht. Geen eland gespot trouwens; zijn die naar veiliger oorden
vertrokken?
Verder door het Finnskogen. Het bos van de Finnen. Die emigreerden naar dit grensgebied en ontgonnen kleine stukjes bos en zo ontstonden er Finse dorpen. De wegen zijn er nog steeds niet geweldig en onze bus wordt met nat weer op een grusweg er niet bepaald schoner op.
Dan bergie op en bergie af over gruswegen voor wat speurwerk naar een vrij plekje in het Noorse deel. We eindigen op de parkeerplaats bij de badplaats cq recreatiegebied van Kongsvinger. De laatste overnachting van deze reis in onze bus.
Met Fantasy naar huis - zondag 11 en maandag 12 september
We hebben onszelf getrakteerd op een minicruise met de Colorline! De Fantasy vertrekt om twee uur uit Oslo en morgenochtend om tien uur kunnen we in Kiel van de boot naar huis rijden.
Op het schip hoef je je niet te vervelen: een promenade met winkeltjes, bars, een pizzeria, een chique restaurant en eentje met warm en koud buffet. Het kan niet op. Verder zwembad, massage, casino en een show met zang en dans.
Of we dat ook allemaal ondergaan, dat is nog de vraag. Het is alleen al leuk om op het dek te zien hoe we Oslo uitvaren. Of in de lounge bovenin het schip te kijken hoe we vier uur lang door de Oslo fjord laveren voordat we op zee zijn. Kortom, we vermaken ons wel met ook nog een hut met “oceanview”.
Tot slot
Lieve mensen,
Fijn dat jullie de moeite namen om onze reisverhalen weer te volgen! En van commentaar te voorzien!
Het reizen zelf is ons goed bevallen, hoewel we erg beperkt waren in het maken van uitstapjes en wandelingen.
We hebben genoten van het Zweedse platteland, de bossen, meren, moerassen en fjällen. En vooral dat we in de vrije natuur konden camperen op bij ons bekende kampeerplekjes.
Mocht je nog meer plaatjes willen zien en verhalen horen, kom dan vooral langs!
Good gaon!
MarJen
Aurora en ijzig dak
Auroraweekend in de fjell - 2 -4 september
Prachtige zonsondergang vrijdagavond en nog lang licht tot een uur of negen. Pas rond tienen is het zo donker om Aurora te kunnen zien. Helaas slechts een spoortje groen aan de hemel en met drie graden kruipen we graag onder het donzen dekbed.
Zaterdag genieten we van de stralend blauwe lucht, fika en de rendieren die het heerlijk vinden op het warme asfalt. Verder wandelen langs het fjellmoeras, de dwergberken en de kleine nog steeds bloeiende planten.
Dan blijkt dat we onze parkeerplek boven op de fjell moeten delen met twee camperfamilies en een tent, die een leuke zaterdagavond hebben met kampvuur en een trekzak. En als het donker wordt, verstoort dat nogal ons zicht op de noordelijke hemel.
Nog een geluk dat Aurora pas om middernacht even wat moois tovert maar dat is het dan.
Zondag vindt Chiel dat hij genoeg “witte dozen” heeft gezien en reist terug naar de Zweedse fjäll en komt uiteindelijk terecht bij het Sami-dorp Tossåsen.
Wij nemen een retourtje Røros om de gasbussen te voorzien van LPG, zodat de kachel het niet laat afweten. LPG Is in Zweden een schaars artikel en in Noorwegen moet je ook weten waar je zijn moet. Gevuld en wel rijden we terug naar ons plekje op de Noorse fjell in afwachting van enig spektakel van Aurora.
De voorspellingen laten ons deze keer niet in de steek. Als de zon amper onder is zien we het dansende poollicht al. En het foto-oog ziet nog heel veel meer dan wij. Meer dan twee uur lang trotseren we de koude nacht om te genieten van dit wondere schouwspel.
Maandag 5 september - Terug via Zweden
Noorwegen houden we even voor gezien en we beginnen aan de terugreis via het toeristische Zweedse Funasdalen. Ook in de zomer kun je daar met de cabine lift naar de top van de berg. Dat slaan we maar over en rijden de 100 km lange weg van Tännäs naar Idre.
Die kennen we nog als hobbelige grusweg in ons eerste Zweedse jaar van bijna veertig jaar geleden. Toen met tenten in het aanhangertje, waarvan we later alle schroeven moesten aandraaien.
De weg gaat langs Hogvallen, het hoogstgelegen dorp van Zweden, nou ja ….. de overtreffende trap heb je hier al gauw in Zweden?
Op een hoogte van 730 m overnachten we halverwege Idre aan een snelstromende moerasrivier. Ook hier is het knap fris.
IJzig begin rondom Idre -
dinsdag 6 en woensdag 7 september
Het dakluik is bevroren! Zo kom je ‘s ochtends aan een koude neus! Om acht uur is het pas 1 graad op de thermometer. De kachel snort voort tot de zon flink zijn best gaat doen.
Vandaag 50 km opgeschoven naar het zuiden en nog steeds zijn we niet bij Idre. Ook hier nog rendieren. Het is zo’n beetje het zuidelijkste Sami-gebied.
Verder af en toe een nederzetting of een verlaten zomerboerderij. Dat was geen vetpot, maar wel leuk voor de foto.
We genieten van de stralend blauwe lucht en de warmte van de zon. Voor de nacht zoeken we een van de Lägerplatsen op waarvan er een flink aantal zijn in deze gemeente Älvdalen. Ze kosten 60 Zweedse kronen die je met een ingevuld formuliertje in de bus deponeert. Lastig omdat je bijna nergens Zweedse kronen nodig hebt. Alles gaat met een creditcard of pin.
Woensdagochtend weer ijs op het dakluik! En in Nederland vallen de mussen dood van het dak!
Ook vandaag maar 60 km zuidelijker gekomen onder stralend blauwe lucht.
Na wat heen en weer appen met het thuisfront hebben we een boodschappenlijstje met verschillende Zweedse etenswaren, zoals augurken-schijfjes. De een vindt die van Felix het lekkerst en de ander vindt dat je beslist die van Onos moet hebben. Geef ons die Duitse maar! Smaken verschillen!
Met ons eigen wensenlijstje erbij hebben we een kar vol, tot vermaak van de kassa-mevrouw van de ICA in Idre.
Binnendoor gaat het verder richting Fulufjället en Njupeskär. Aan de oostkant is een aantal mooie plekken langs de Fulan. Die van Chiel is de mooiste. Maar tegen zessen moeten we de plek delen met een ander stel. De zonsondergang is er niet minder mooi door.